Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017

Onder 2.13 Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3.

Het hof overweegt als volgt. Vaststaat dat Dräger naar aanleiding van het incident op 19 augustus 2016 met [verzoeker] heeft besproken dat hij naar de bedrijfsarts zou worden gestuurd en dat hij met de bedrijfsarts zou spreken over dat incident. Ook heeft Dräger aan [verzoeker] te kennen gegeven dat het tijdens het werk onder invloed verkeren van alcohol uit den boze is en consequenties zou kunnen hebben voor zijn baan. Dräger heeft [verzoeker] expliciet gewezen op haar regeling alcohol- en drugsbeleid. Het moet voor [verzoeker] dus duidelijk zijn geweest dat Dräger niet zou tolereren dat hij nogmaals dronken op het werk zou verschijnen, maar ook dat hij een eventueel alcoholprobleem met de bedrijfsarts kon bespreken, die hem vervolgens naar de juiste hulpverleners zou kunnen verwijzen. Uit de brief van de bedrijfsarts aan Dräger blijkt dat de bedrijfsarts geen alcoholprobleem heeft geconstateerd. Kennelijk heeft [verzoeker] zijn mogelijk problematische alcoholgebruik niet zelf bij de bedrijfsarts aan de orde willen stellen. Het hof is dan ook van oordeel dat [verzoeker] in de gegeven omstandigheden Dräger niet kan verwijten dat zij in augustus/ september 2015 voor hem geen hulpplan heeft opgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3ff53d988967a835fc7c3f8198f543ee9fd07bd6780f50504d365fa451a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3ff53d988967a835fc7c3f8198f543ee9fd07bd6780f50504d365fa451a, en de alinea staat in dat document op bytes 23163 tot 24401.