Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017

Onder 2.14 Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3.

Voor zover [verzoeker] aanvoert dat de bedrijfsarts tekort is geschoten in haar verplichtingen doordat zij onvoldoende heeft onderzocht of hij alcoholafhankelijk was, geldt het volgende. Uit de toelichting die [verzoeker] ter zitting in hoger beroep heeft gegeven, blijkt dat hij in die periode zelf nog niet tot het inzicht was gekomen dat zijn alcoholgebruik problematisch was. Dräger betwist bovendien dat [verzoeker] in augustus/ september 2015 al alcoholafhankelijk was. Naar het oordeel van het hof heeft [verzoeker] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waarom de bedrijfsarts – die geen behandelend arts is – in de gegeven omstandigheden wel had behoren te constateren dat hij alcoholafhankelijk was. Het hof passeert het bewijsaanbod van [verzoeker] (dat hij ter zitting in hoger beroep heeft gedaan) om de bedrijfsarts te horen over hetgeen is gebeurd tijdens het consult in september 2015, naar het hof begrijpt: om te bewijzen dat de bedrijfsarts [verzoeker] tijdens dit consult niet lichamelijk heeft onderzocht. Het hof acht dit bewijsaanbod niet ter zake dienend, nu [verzoeker] niet heeft toegelicht op welke wijze het aangeboden bewijs kan bijdragen aan het bewijs van zijn stelling dat hij in augustus 2015 reeds alcoholafhankelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a51ec3ff53d988967a835fc7c3f8198f543ee9fd07bd6780f50504d365fa451a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a51ec3ff53d988967a835fc7c3f8198f543ee9fd07bd6780f50504d365fa451a, en de alinea staat in dat document op bytes 24481 tot 25762.