Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 oktober 2017

Alinea 37 Gerechtshof Den Haag 31 oktober 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3011.

7. Gelet op het voorgaande is het doel van artikel 35 Wbp dat de betrokkene kan controleren of zijn persoonsgegevens juist en rechtmatig worden verwerkt. Hij heeft het recht dit ‘vrijelijk’ te doen – artikel 12 onder a van de richtlijn bepaalt: ‘vrijelijk en zonder beperking’ – waaruit volgt dat de betrokkene bij zijn verzoek geen bijzonder belang hoeft te hebben: het belang om te weten of zijn persoonsgegevens juist en rechtmatig worden verwerkt is voldoende (vgl. HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663, rov. 3.4 en 3.6.2). Het belang van [appellant] bij zijn verzoek is hiermee gegeven. Dat [appellant] daarbij mogelijk tevens een ander belang heeft (gehad), te weten het verkrijgen van gegevens om deze te gebruiken in een gerechtelijke procedure – het hof merkt op dat de tussen partijen bij het gerechtshof Amsterdam aanhangige procedure inmiddels in staat van wijzen is – is ontoereikend om aan te nemen dat hij van dit recht misbruik maakt. Onder deze omstandigheden kan immers niet worden geoordeeld dat [appellant] zijn recht uitoefent voor een ander doel dan waarvoor het is verleend. [geintimeerde] heeft nog als verweer gevoerd dat toewijzing van het verzoek een ‘buitengewone inspanning en administratieve last’ van [geintimeerde] zou vergen. Daargelaten dat [geintimeerde] inmiddels reeds overzichten als bedoeld in artikel 35 lid 2 Wbp heeft verstrekt, is het hof van oordeel dat in het kader van een belangenafweging dit ongemak voor [geintimeerde] niet kan opwegen tegen het belang van [appellant] bij uitoefening van zijn recht. [geintimeerde] heeft in eerste aanleg in dit kader een beroep gedaan op artikel 43 onder e Wbp, dat bepaalt dat de verantwoordelijke artikel 35 Wbp buiten toepassing kan laten voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van, onder meer, de rechten en vrijheden van anderen, waaronder ook de verantwoordelijke zelf wordt begrepen. Uit de tekst van deze bepaling volgt reeds dat [geintimeerde] niet een verzoek ingevolge artikel 35 Wbp kan afwijzen uitsluitend op grond van haar belang om administratieve lasten te beperken. Dat de met het voldoen aan het verzoek gemoeide administratieve lasten zodanig disproportioneel zijn dat zij in haar rechten en vrijheden wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, heeft [geintimeerde] niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt. Anders dan de rechtbank is het hof dan ook van oordeel dat [appellant] met zijn verzoek geen misbruik maakt van het recht op toegang tot zijn persoonsgegevens op grond van artikel 35 Wbp. De grief is dus gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/669e7fa91f1e91cfc32959dc90eba2ecc89128e5af31f13ff2629c69d3ebbcaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 669e7fa91f1e91cfc32959dc90eba2ecc89128e5af31f13ff2629c69d3ebbcaa, en de alinea staat in dat document op bytes 14780 tot 17373.