Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2017

Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3170.

14. BKR heeft nog bij comparitie in eerste aanleg en bij pleidooi in hoger beroep aangevoerd dat zij door de Provincie te lang in het ongewisse is gelaten. Dit beroep is echter niet deugdelijk en zeker niet tijdig naar voren gebracht. GS hebben immers, zeker vanaf het rapport Witteveen & Bos stelselmatig bij BKR aangedrongen op hantering van een taludhelling van 1:6. Pas voor het eerst bij pleidooi in hoger beroep heeft de heer Roeleveld (voormalig projectleider van BKR) naar voren gebracht dat BKR verwachtte na het stilleggen van de winzuiger weer aan de gang te kunnen, waarbij BKR dacht aan misschien een talud van 1:4 of 1:5. Dit laatste is een nieuwe stelling en dusdanig laat (in strijd met een goede procesorde) in deze procedure naar voren gebracht dat dit aspect bij de oordeelsvorming niet kan meewegen. Overigens is er geen aanwijzing dat GS aan deze door BKR gestelde verwachting hebben bijgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da9c4deff1d53af3f452a63764599676ad423aed24faa799e329bd60b8d42a55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da9c4deff1d53af3f452a63764599676ad423aed24faa799e329bd60b8d42a55, en de alinea staat in dat document op bytes 26147 tot 27096.