Citaat | Gerechtshof Den Haag 29 augustus 2017

Onder 1.26 Gerechtshof Den Haag 29 augustus 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 29 augustus 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3231.

10. Indien uit de stelling van [appellant] onder grief I dat hij na de uitspraak van de ABRvS in december 2005 nog niet in staat was “in nationaal verband een rechtsvordering in te stellen zoals vereist voor verjaring van [een vordering] tot rechtsherstel” (memorie van grieven 4) moet worden afgeleid dat [appellant] meent dat hij (ook) op 22 augustus 2008 nog niet bekend was met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon, volgt het hof [appellant] daarin niet. [appellant] licht ook deze stelling immers niet, althans onvoldoende toe. [appellant] volstaat met een verwijzing in een voetnoot naar rechtsoverweging 4.4. van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 september 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:7098), maar bedoelde overweging bevat slechts een weergave van de vaste jurisprudentie van de HR omtrent 3:310 BW en geeft geen antwoord op de vraag waarom in december 2005, althans op 22 augustus 2008, bij [appellant] nog geen sprake was van bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon als bedoeld in 3:310 BW. Het hof verwijst in dit verband naar het hierboven onder 9. overwogene.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bcb90ef58bbf7a2ebb5548685fd6627bcbe7c2b32ec57ac373359174957eed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bcb90ef58bbf7a2ebb5548685fd6627bcbe7c2b32ec57ac373359174957eed, en de alinea staat in dat document op bytes 54010 tot 55215.