Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 november 2017

Onder 4 Gerechtshof Den Haag 7 november 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3256.

18. [Belanghebbende] heeft in dit verband nog aangevoerd dat [de Inspecteur] ten onrechte ervan is uitgegaan dat hij een tweede aangifte heeft ingediend. De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1333 heeft geoordeeld dat een niet binnen de in artikel 9 AWR bepaalde termijn ingediend aangiftebiljet, niet kan gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte. De tweede aangifte (het herzieningsverzoek) is derhalve geen bij de belastingwet voorziene aangifte. [Belanghebbende] heeft dan ook terecht gesteld dat zijn tweede aangiftebiljet kon worden opgevat als een herzieningsverzoek. Dit kan echter de kwader trouw niet wegnemen, nu in artikel 16, eerste lid, van de AWR wordt aangehaakt bij de aanslag en niet bij de aangifte. Het gaat hierbij naar het oordeel van de rechtbank om het geheel van omstandigheden dat, in samenhang bezien, er toe kan leiden dat ‘te weinig belasting is geheven’. Tot die omstandigheden behoort ook een herzieningsverzoek en het niet juist informeren van de inspecteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e408a68c8998bdfcdf3a6886854bb6810c0d349c3d7ba34d8e0c8cda54fd4f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e408a68c8998bdfcdf3a6886854bb6810c0d349c3d7ba34d8e0c8cda54fd4f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 33010 tot 34081.