Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 december 2017
Alinea 36 Gerechtshof Den Haag 12 december 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3598.
4. Bij tussenvonnis van 17 april 2014 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [geïntimeerde] (nog) niet in het bewijs was geslaagd. Omdat [geïntimeerde] zich het recht had voorbehouden om, indien hij niet in de bewijslevering zou slagen, afgifte van het in de getuigenverklaring van [getuige] genoemde rapport van [R] uit januari 2012 te verlangen en [geïntimeerde] (nog) geen vordering op dit punt had ingesteld, is de zaak verwezen naar de rol teneinde hem in de gelegenheid te stellen zich hieromtrent uit te laten. Vervolgens heeft [geïntimeerde] zijn eis vermeerderd met een vordering ex art. 843a Rv, waarbij hij de kantonrechter heeft verzocht VU te veroordelen tot het verstrekken van “het rapport dat door de heer [R] schriftelijk werd verstrekt aan de heer [getuige] eind januari 2012 en waarover de heer [getuige] als getuige heeft verklaard in deze procedure op 8 januari 2014 (zie proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 8 januari 2014)” .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195, en de alinea staat in dat document op bytes 10934 tot 11935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195 | shasum -a 256