Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 december 2017
Alinea 45 Gerechtshof Den Haag 12 december 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3598.
11. Het hof is gelet op het voorgaande met VU van oordeel dat op grond van het door [geïntimeerde] geleverde bewijs niet kan worden geconcludeerd dat VU haar spreekplicht, zoals hierboven nader omschreven, heeft geschonden. Voor toelating van [geïntimeerde] tot het leveren van aanvullend bewijs acht het hof geen grondslag aanwezig, nu [geïntimeerde] – zoals hij heeft gesteld – niet aan zijn vorderingen ten grondslag heeft gelegd dat VU ten tijde van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst bekend was met de concrete reorganisatieplannen zoals deze daadwerkelijk zijn uitgevoerd, noch dat VU de OR op dit punt reeds om advies had gevraagd. Dit betekent dat grief II in het principaal beroep slaagt en de kantonrechter ten onrechte het beroep van [geïntimeerde] op dwaling heeft gehonoreerd. Bij haar overige grieven heeft VU gelet op dit oordeel geen belang meer, zodat het hof daar niet aan toekomt. Uit het bovenstaande volgt eveneens dat de incidentele grief II van [geïntimeerde] wordt verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195, en de alinea staat in dat document op bytes 18744 tot 19775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195 | shasum -a 256