Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 december 2017
Alinea 49 Gerechtshof Den Haag 12 december 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3598.
14. Voor zover [geïntimeerde] bedoeld heeft te betogen dat op VU nog een spreekplicht rustte na het aangaan van de beëindigingsovereenkomst dan wel dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om [geïntimeerde] aan de beëindigingsovereenkomst te houden, gaat dit niet op. Niet ter discussie staat dat de beëindigingsovereenkomst moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in art. 7:900 BW. Immers, de overeenkomst is kennelijk gesloten ter voorkoming van een (toekomstige) onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen partijen rechtens geldt, nu partijen zekerheid wensten omtrent het einde van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en elk conflict daarover kennelijk wilden uitsluiten. Het beroep op dwaling van [geïntimeerde] bij het sluiten van deze vaststellingsovereenkomst wordt, zoals hierboven overwogen, verworpen. Het hof is van oordeel dat partijen in de gegeven omstandigheden jegens elkaar aan de vaststelling gebonden zijn, ook als [geïntimeerde] met de kennis achteraf (van de komende reorganisatie) niet met de inhoud van de vaststellingsovereenkomst zou hebben ingestemd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195, en de alinea staat in dat document op bytes 21932 tot 23139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40d39321699b06cb51b0fde0ce1601c37d4c85949a1c3a38d0b599f4bf037195 | shasum -a 256