Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017

Alinea 33 Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4129.

Door mr. Vink is ter zitting bevestigd dat het beroepschrift namens hem p.o. is ondertekend door een kantoorgenoot niet-advocaat. Volgens de Rabobank betekent dit dat [appellant] in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk is. Het hof volgt de Rabobank hierin niet. Krachtens artikel 8 Fw jo. artikel 5 Fw moet het verzoekschrift waarbij hoger beroep wordt ingesteld worden ingediend door een advocaat. Krachtens artikel 362 Rv jo. artikel 281 Rv – aan analoge toepassing waarvan artikel 5 Fw niet in de weg staat, althans niet valt in te zien dat vanwege de bijzondere aard van de faillissementsprocedure op dit punt geen aansluiting kan worden gezocht bij de reguliere verzoekschriftprocedure – kan een verzuim op dit punt hersteld worden en moet de rechter de verzoeker daartoe in de gelegenheid stellen. Naar het oordeel van het hof kan het verzuim dat het beroepschrift van 25 september 2017 niet is ondertekend door een advocaat als hersteld worden beschouwd door de door mr. Vink ondertekende aanvulling van het hoger beroepschrift bij faxbericht van 16 oktober 2017. Er is dus geen aanleiding [appellant] in de gelegenheid te stellen dit verzuim te herstellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09c2fd3474d7db29f8a09a6ebd64be6193fe58037f30d56f80bcda6db99612ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09c2fd3474d7db29f8a09a6ebd64be6193fe58037f30d56f80bcda6db99612ed, en de alinea staat in dat document op bytes 10688 tot 11869.