Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017

Alinea 37 Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4129.

7. Vooropgesteld wordt dat vaststaat dat de Rabobank een vordering heeft op [appellant] . Het hof dient te beoordelen of (ook in hoger beroep) is voldaan aan de andere vereisten voor faillietverklaring. [appellant] heeft gesteld dat hij al zijn crediteuren heeft benaderd om tot een voorstel tot finale kwijting te komen, dat aan de vooravond van de mondelinge behandeling in hoger beroep met vrijwel alle crediteuren een regeling is getroffen en dat ten aanzien van de crediteuren waar geen regeling mee getroffen kon worden, de totale vordering zal worden voldaan, een en ander onder het voorbehoud dat het hof het faillissement zal vernietigen en met uitzondering van de Rabobank, met wie [appellant] geen regeling heeft kunnen treffen. [appellant] heeft kopieën van e-mailwisselingen met schuldeisers overgelegd, waarin het voorgaande wordt bevestigd. De regeling komt erop neer dat een bedrag van in totaal € 15.791 aan crediteuren wordt betaald, volgens mededeling van [appellant] door een schenking van zijn zus en dat met die schenking ook de faillissementskosten (ad € 4.001,71) kunnen worden voldaan. De curator heeft zich in eerste instantie (in de brief van 12 oktober 2017) op het standpunt gesteld dat hij twijfels heeft ten aanzien van de authenticiteit van de door [appellant] overgelegde mails, waarbij hij naar voren heeft gebracht dat hij geen directe berichten van instemming van crediteuren heeft ontvangen waaruit de juistheid van de stellingen van [appellant] kon blijken. Voorafgaand aan de zitting heeft [appellant] e-mails overgelegd aan en van crediteuren met wie een regeling is getroffen. Ter zitting heeft de curator vervolgens naar voren gebracht geen vraagtekens meer te plaatsen bij de authenticiteit van voornoemde e-mails. Het hof heeft evenmin aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door [appellant] voorafgaand aan de zitting in het geding gebrachte communicatie met crediteuren. Voor zover de Rabobank in de fax van 23 oktober 2017 aansluiting zoekt bij voornoemd standpunt van de curator (zoals verwoord in de brief van 12 oktober 2017 en nadien verlaten) en betoogt dat op die grond moet worden aangenomen dat is voldaan aan de vereisten voor faillietverklaring moet dit betoog dan ook worden verworpen. Aan de stelling van de Rabobank dat [appellant] niet heeft duidelijk gemaakt dat de daartoe bevoegde personen de betalingsregeling met hem zijn aangegaan wordt voorbijgegaan, bij gebreke van enige aanwijzing dat de getroffen betalingsregeling (door een van de crediteuren) onbevoegdelijk zou zijn aangegaan. De Rabobank heeft die stelling niet nader gemotiveerd en ook uit de stellingen van de curator kan dit niet worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09c2fd3474d7db29f8a09a6ebd64be6193fe58037f30d56f80bcda6db99612ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09c2fd3474d7db29f8a09a6ebd64be6193fe58037f30d56f80bcda6db99612ed, en de alinea staat in dat document op bytes 13187 tot 15890.