Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017

Alinea 39 Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4129.

Op grond van het voorgaande komt het hof tot het oordeel dat voldoende is gebleken dat de in eerste aanleg bestaande steunvorderingen volledig althans conform de overeengekomen regelingen worden voldaan en dat daarnaast van overige steunvorderingen niet summierlijk is gebleken. Het hof gaat voorbij aan de stelling van de Rabobank dat zij niet kan uitsluiten dat [appellant] met familieleden leningen is aangegaan om de steunvorderingen te betalen (waarmee de Rabobank kennelijk bedoelt dat die leningen op hun beurt steunvorderingen opleveren). [appellant] heeft verklaard dat het geld waarmee de schuldeisers worden voldaan hem door zijn zus is geschonken. Het hof heeft geen aanleiding aan de juistheid van die verklaring te twijfelen. Ten aanzien van een mogelijke vordering van mr. Vink (in verband met zijn bijstand aan [appellant] ), die volgens de Rabobank als steunvordering kan dienen, oordeelt het hof dat nu mr. Vink heeft gesteld dat met alle schuldeisers (behalve de Rabobank) een regeling is getroffen, kennelijk ook met mr. Vink zelf een regeling getroffen is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09c2fd3474d7db29f8a09a6ebd64be6193fe58037f30d56f80bcda6db99612ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09c2fd3474d7db29f8a09a6ebd64be6193fe58037f30d56f80bcda6db99612ed, en de alinea staat in dat document op bytes 16490 tot 17583.