Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 november 2017

Alinea 30 Gerechtshof Den Haag 28 november 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4137.

1. Tegen de feiten, zoals de rechtbank deze heeft vastgesteld in het tussenvonnis van 21 januari 2009 en van 7 oktober 2009 heeft vastgesteld is niet opgekomen zodat het hof van deze feiten zal uitgaan. De zuster van partijen, [zuster twee] , is [in] 2011 overleden. Zij was in de procedure in eerste aanleg mede eiseres. Uit de stukken (tussenvonnis rechtbank d.d. 5 maart 2014, rechtsoverweging 2.2) volgt dat haar erfgenamen zijn: appellant (in het principaal appel), geïntimeerde sub 1 en geïntimeerde sub 2 (in het principaal appel). Zij zijn derhalve in de rechten en verplichtingen getreden van [zuster twee] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da271f18503d05d11d940e68bfaa169540e7f00388373ceca25cfb1d1d17b68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da271f18503d05d11d940e68bfaa169540e7f00388373ceca25cfb1d1d17b68, en de alinea staat in dat document op bytes 7538 tot 8172.