Citaat | Gerechtshof Den Haag 20 december 2017

Alinea 74 Gerechtshof Den Haag 20 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 20 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4173.

Het hof overweegt hiertoe dat alvorens de telefoontap is ingezet, door de politie gebruik is gemaakt van een minder ingrijpend middel, te weten een ‘printertap’, door middel waarvan het belgedrag van de verdachte in kaart is gebracht. Echter bleek dit middel – alsmede het uitkijken van de ter beschikking gestelde camerabeelden van de buurman van de aangever – niet te kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de gebruiker van het telefoonnummer, hetgeen is vastgelegd in het proces-verbaal aanvraag bevel opnemen (tele-)communicatie d.d. 11 mei 2016, p. 159-160. Voorts overweegt het hof dat het gaat om het tappen van een telefoon die is weggenomen bij de woninginbraak en welke telefoon ongeveer een uur na de inbraak al in gebruik werd genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc6aa878e92b5b14eec69b9fe15876edec7e70eb5158ca66d3a2d8be9879dd95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc6aa878e92b5b14eec69b9fe15876edec7e70eb5158ca66d3a2d8be9879dd95, en de alinea staat in dat document op bytes 23158 tot 23944.