Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017

Alinea 53 Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:462.

4. [onderneming 1] heeft samengevat aan deze vorderingen het volgende ten grondslag gelegd. Begin juli 2005 werd haar duidelijk dat [onderneming 2] was overgegaan tot het stelselmatig rechtstreeks leveren van straatmeubilair aan Velopa en dat [onderneming 1] er tussen uit was gedrukt. Door deze handelwijze heeft [onderneming 2] wanprestatie gepleegd onder de overeenkomsten van 29 april 1997 en 1 september 1999. Deze overeenkomsten hebben de strekking de belangen van [onderneming 1] te beschermen in die zin dat [onderneming 2] niet alleen gedurende de samenwerking met [onderneming 1] maar ook na afloop van die samenwerking met [onderneming 1] geen opdrachten rechtstreeks van klanten van [onderneming 1], waaronder Velopa, mag aanvaarden. Deze overeenkomsten zijn niet beëindigd door een eventueel einde van de relatie tussen [onderneming 1] en Velopa. [onderneming 2] maakt bij de vervaardiging van het straatmeubilair in opdracht van Velopa gebruik van tekeningen, mallen, matrijzen en andere hulpmiddelen waarvan [onderneming 1] de IE-rechten heeft en maakt daarmee inbreuk op deze IE-rechten. Door niet langer het staatmeubilair onder het Raamcontract NS bij [onderneming 1] te bestellen, maar dit bij [onderneming 2] te doen, pleegt Velopa wanprestatie ten opzichte van [onderneming 1]. [onderneming 2] handelt onrechtmatig jegens [onderneming 1] door bewust te profiteren van de wanprestatie of onrechtmatige daad van Velopa jegens [onderneming 1] en door bewust ten nadele van [onderneming 1] rechtstreeks zaken te doen met Velopa, waarvan [onderneming 2] weet dat het een belangrijke klant/opdrachtgever is van [onderneming 1]. [onderneming 2] is derhalve aansprakelijk voor de uit de wanprestatie en/of de inbreuken voor [onderneming 1] voortvloeiende concrete schade, alsmede de ten onrechte door [onderneming 2] gemaakte winst over vijf jaar na het verbreken van de relatie als bedoeld in artikel 6:104 BW. Onder het Raamcontract NS mocht [onderneming 1] aan lopende en nieuwe orders een winst verwachten van ten minste € 715.864,17, die zij is misgelopen. [onderneming 1] begroot de winst die [onderneming 2] ten onrechte heeft gemaakt over drie jaar op € 450.000,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c10dd84aaafd194dc5f68932b6a356d60177ecdc9e078eb46aa91f3a87093a3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c10dd84aaafd194dc5f68932b6a356d60177ecdc9e078eb46aa91f3a87093a3e, en de alinea staat in dat document op bytes 14654 tot 16858.