Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017
Alinea 68 Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:462.
16. In de toelichting op deze grief is aangevoerd dat de grief zich in de eerste plaats richt op de bewijslastverdeling. Volgens [onderneming 1] moet [onderneming 2], gelet op de contractuele bepalingen, bewijzen dat zij vanaf april 2005 dezelfde producten is gaan produceren voor Velopa met behulp van andere/nieuwe productiemiddelen en in het bijzonder ook, dat zij daarbij geen gebruik heeft gemaakt van kopie tekeningen of kopie matrijzen, gereedschappen, mallen en dergelijke. In dit verband verwijst [onderneming 1] onder meer naar artikel 6 van de overeenkomst van 29 april 1997. Volgens [onderneming 1] verbiedt deze bepaling [onderneming 2] tot, kort gezegd, het gebruik van deze productiemiddelen voor anderen dan [onderneming 1] en heeft [onderneming 2] als bevrijdend verweer opgeworpen dat zij met ingang van april 2005 voor Velopa met andere productiemiddelen aan de gang is gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c10dd84aaafd194dc5f68932b6a356d60177ecdc9e078eb46aa91f3a87093a3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c10dd84aaafd194dc5f68932b6a356d60177ecdc9e078eb46aa91f3a87093a3e, en de alinea staat in dat document op bytes 24922 tot 25831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c10dd84aaafd194dc5f68932b6a356d60177ecdc9e078eb46aa91f3a87093a3e | shasum -a 256