Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017
Alinea 148 Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:544.
hij op 29 maart 2013 te 's-Gravenhage om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen een hoeveelheid versnijdingsmiddelen fenacetine en lidocaïne (van totaal ongeveer 895,6 gram), voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist, dat die bestemd waren tot het plegen van ie feiten;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce, en de alinea staat in dat document op bytes 40558 tot 41125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce | shasum -a 256