Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017

Alinea 229 Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:544.

h. [F.] en [Z.] zijn opnieuw naar de [A-bar] in Rotterdam gegaan. Daar ontmoeten zij [verdachte]. Ook [B.] is in de [A-bar] aanwezig. [Z.] heeft bloed aan zijn hand. [F.] heeft tegen [verdachte] gezegd “een vent ging bijdehand doen en was sterk”. [verdachte] heeft op enig moment tegen [B.] gezegd dat: “ze een beetje doorgedraafd waren, maar ja, het kon niet meer teruggedraaid worden. Het moest een sneetje zijn, maar hun wilde het halve gezicht eraf hakken met een mes.” [F.] en [Z.] verkleden zich in de [A-bar] en [F.] gooit later die nacht zijn vuile kleding weg op het Centraal Station in Rotterdam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce, en de alinea staat in dat document op bytes 78727 tot 79355.