Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017
Alinea 94 Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:544.
hij op of omstreeks 29 maart 2013 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (een) hoeveelheid versnijdingsmiddel(en) fenacetine en/of lidocaïne (van totaal ongeveer 895,6 gram), voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce, en de alinea staat in dat document op bytes 27417 tot 28308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c2b3df1f8db0bc29d4f86818e6da2de7f4ed5e828cfb0856aa880ee439b6bce | shasum -a 256