Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017
Onder 4.7. Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:567.
Dat geldt ook voor de incidentele grief van WLC tegen de afwijzing van het bevel tot bekendmaking van een algemene beleidsaanpassing van het CBG. Gesteld noch gebleken is dat WLC een spoedeisend belang heeft bij dit bevel. WLC heeft niet aangevoerd dat zij houder is van andere octrooien dan EP 061 die ook worden geraakt door het beleid van het CBG. Zij voert alleen aan dat zij zelf belang heeft bij het maken van carve outs ‘voor producten waarvoor zij in de toekomst een vergunning kan aanvragen’. WLC heeft echter niet concreet gesteld dat zij op het punt staat daadwerkelijk een vergunning voor een generiek geneesmiddel waarop een tweede-medische-indicatieoctrooi rust, aan te vragen, ook niet nadat de Staat erop had gewezen dat de stelling van WLC louter speculatief is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5034b1781ddc438347bf9a3a5ad650de0f8deb6cbd5d990e53ce2344d0e5552. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5034b1781ddc438347bf9a3a5ad650de0f8deb6cbd5d990e53ce2344d0e5552, en de alinea staat in dat document op bytes 48364 tot 49161.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5034b1781ddc438347bf9a3a5ad650de0f8deb6cbd5d990e53ce2344d0e5552 | shasum -a 256