Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017

Onder 2.7 Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:802.

“De testamenten uit 2010 en 2011 zitten vreemd in elkaar omdat niet expliciet is gemaakt dat de wettelijke verdeling geen effect sorteert wegens het ontbreken van de echtgenoot als erfgenaam. Voor de hand had gelegen dat de testamenten uit 2010 en 2011 de regeling in het testament uit 2008 omtrent de wettelijke verdeling onder nr. 5 geheel zou zijn herroepen. In die zin kan worden gesproken van een onduidelijkheid van de testamenten, die ook zonder kennis te nemen van ‘ de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenste te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt’ (art. 4:46 lid 1 BW), tot uitlegging nopen, waarbij rekening kan worden gehouden met het ten opzichte van het maken van het testament anterieure en posterieure feiten en omstandigheden buiten de uiterste wil om. Hieruit volgt dat de wettelijke regeling van uitleg van uiterste wilsbeschikkingen, in het bijzonder art. 4:46 BW, er in het onderhavige geval mijns inziens zeer zeker niet aan in de weg staat om ook tot een andere uitleg te komen dan de uitleg die gevolgd is in de vaststellingsovereenkomst.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c269b75e46de657fe88add9eb4a5607e1ed2b4802c8b953f133ef8612250f3f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c269b75e46de657fe88add9eb4a5607e1ed2b4802c8b953f133ef8612250f3f9, en de alinea staat in dat document op bytes 67328 tot 68490.