Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017

Alinea 313 Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:802.

64. Gezien het feit dat [de echtgenote] voor het grootste gedeelte in het ongelijk wordt gesteld, dient zij in de proceskosten van dit hoger beroep in de hoofdzaak te worden veroordeeld. Het hof zal de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in de hoofdzaak bekrachtigen aangezien [de notaris] met betrekking tot punt 4.1 van het eindvonnis in het ongelijk is gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c269b75e46de657fe88add9eb4a5607e1ed2b4802c8b953f133ef8612250f3f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c269b75e46de657fe88add9eb4a5607e1ed2b4802c8b953f133ef8612250f3f9, en de alinea staat in dat document op bytes 89413 tot 89797.