Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2017

Onder 6 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:840.

Zij voeren aan dat, wat er ook zij van de stelling dat beklaagden [M.H.] tijdens zijn aanhouding in een hulpeloze toestand hebben gebracht, er tijdens die aanhouding geen wettelijke verplichting bestond tot verzorging als bedoeld in 255 Sr. Pas als het fysieke geweld van de verdachte tegen de aanhouding is gebroken, kan een dergelijke verplichting in beeld komen. Zij stellen dat de klacht dat beklaagden [M.H.] in een hulpeloze toestand hebben gelaten feitelijke grondslag mist. Beklaagden hebben zich op geen enkel moment aan het verlenen van hulp aan [M.H.] onttrokken. [M.H.] is na zijn aanhouding voortdurend gecontroleerd en gemonitord. Er is getracht zo snel mogelijk medische hulp te verlenen en te verschaffen. Zij stellen dat aan vervolging ter zake van 255 Sr. bovendien in de weg staat dat het vereiste opzet bij beklaagden heeft ontbroken. Beklaagden hebben de situatie van [M.H.] niet als acuut of levensbedreigend beoordeeld, onder meer niet omdat ademhaling en een hartslag bij hem werden waargenomen. Met betrekking tot artikel 450 Sr is dat niet anders. Beklaagden zijn zich niet bewust geweest van enig ogenblikkelijk levensgevaar en bovendien hebben zij niet nagelaten hulp te verlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e443b6e9adf91d040bb9a29d6a21a03cd34fd912b2e831749e402117e592d5ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e443b6e9adf91d040bb9a29d6a21a03cd34fd912b2e831749e402117e592d5ed, en de alinea staat in dat document op bytes 47717 tot 48938.