Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 april 2017

Onder 2.9 Gerechtshof Den Haag 3 april 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:876.

10. [appellante] heeft erkend dat zij, in strijd met de waarheid, tegenover de heer [de directeur van Envido] bij herhaling heeft verklaard dat zij in mei/juni 2016, terwijl zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt was, geen werkzaamheden voor Yarden heeft verricht. Onbestreden is dat [appellante] op die werkzaamheden meer dan eens is aangesproken en dat zij, ook toen zij daarover de eerste keer gelogen had, de mogelijkheid gehad heeft op haar leugens terug te komen, maar dat nagelaten heeft (omdat zij dat niet durfde). Een dergelijk gedrag valt [appellante] als goed werknemer aan te rekenen. Envido had er als werkgever recht op te weten of [appellante] , terwijl zij wegens ongeschiktheid voor Envido geen werkzaamheden kon verrichten, althans niet volledig, wel/ook voor een andere werkgever werkzaam was. Werk bij een andere werkgever zou immers het herstel voor de werkzaamheden voor Envido kunnen vertragen danwel de re-integratie kunnen belemmeren, te meer als dat werk plaatsvond op tijden waarop zij eigenlijk voor Envido beschikbaar diende te zijn. Daarover had [appellante] openheid van zaken dienen te geven. Door dat niet te doen heeft zij het vertrouwen van Envido ernstig beschadigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6467685db630c39692b824fd8a72844725c845ef704109c5d89140ab5bd1bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6467685db630c39692b824fd8a72844725c845ef704109c5d89140ab5bd1bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 23472 tot 24686.