Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 april 2018
Onder 6.11.2. Gerechtshof Den Haag 17 april 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 april 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1000.
Naar volgt uit het arrest BNB 2017/156 moeten bij de beoordeling van de vraag of voldoende parallellie bestaat tussen de interne en de externe lening, in ieder geval looptijd, aflossingsschema, rentevergoeding, omvang en tijdstip van aangaan van de leningen in onderlinge samenhang worden beoordeeld. De omstandigheid dat de interne lening uiteindelijk is gefinancierd met van derden afkomstige gelden, is dus niet reeds beslissend. Daarenboven is vereist dat de belangrijkste kenmerken van de interne en de externe lening(en) voldoende vergelijkbaar zijn. Zoals hiervoor reeds is overwogen, rust op de belastingplichtige de stel-plicht en, bij gemotiveerde betwisting, de bewijslast ten aanzien van feiten en omstandigheden die kunnen meebrengen dat hiervan sprake is, hetgeen in het onderhavige geval niet aannemelijk is geworden. Voorts verdient in dit verband opmerking dat indien de door belanghebbende verdedigde opvatting juist zou zijn, de Hoge Raad de onderhavige zaak wat betreft, kort gezegd, de artikel 10a Wet Vpb-kwestie niet had hoeven verwijzen. Reeds uit de uitgangspunten in cassatie volgt dat het intern geleende geld afkomstig is van derden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d866ca8fbef8564a5db24c705a7affb50eed1237f548452903af27fb6cee650. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d866ca8fbef8564a5db24c705a7affb50eed1237f548452903af27fb6cee650, en de alinea staat in dat document op bytes 39522 tot 40696.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d866ca8fbef8564a5db24c705a7affb50eed1237f548452903af27fb6cee650 | shasum -a 256