Citaat | Gerechtshof Den Haag 13 februari 2018
Onder 3.7 Gerechtshof Den Haag 13 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 13 februari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:166.
Met [appellant] is het hof van oordeel dat de onderhavige zaak zodanig is verweven met de zaak van [appellant] tegen de Biomet-vennootschappen, dat – om tegenstrijdige uitspraken te vermijden – het de voorkeur verdient dat in de onderhavige zaak eerst einduitspraak zal worden gedaan nadat de rechtbank in de Biomet-zaak eindvonnis heeft gewezen (waarna een eventueel hoger beroep van dat vonnis gevoegd met de onderhavige zaak kan worden behandeld), dan wel die procedure op een andere wijze is beëindigd. Dat betekent dat het hof pas nadat de procedure bij rechtbank Rotterdam tegen de Biomet-vennootschappen is geëindigd toekomt aan beantwoording van de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat [geïntimeerde 2] niet wist, dan wel had moeten weten van de risico's van de MoM-protheses. Dat neemt niet weg dat het hof begrip heeft voor de wens van de Stichting c.s. om vaart te houden in de onderhavige zaak. Dit is voor het hof aanleiding geweest een comparitie te gelasten om met partijen te bespreken wat de meest efficiënte route is, waarbij ook de rechtseenheid is gewaarborgd. Het verhandelde ter zitting heeft geleid tot de door partijen gedragen slotsom dat het reeds nu stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de toepassing van artikel 6:77 BW de voorkeur verdient.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7cebbde064784a24a6bc4c315bb00d754b3878023cd8bdc59663dd96ea69fa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7cebbde064784a24a6bc4c315bb00d754b3878023cd8bdc59663dd96ea69fa4, en de alinea staat in dat document op bytes 30359 tot 31681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7cebbde064784a24a6bc4c315bb00d754b3878023cd8bdc59663dd96ea69fa4 | shasum -a 256