Citaat | Gerechtshof Den Haag 11 juli 2018

Alinea 79 Gerechtshof Den Haag 11 juli 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 11 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1747.

19. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [belanghebbende] zijn stelling dat de BV geen rente heeft berekend wegens een gebrek aan inkomsten van [belanghebbende] niet aannemelijk gemaakt. Uit de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 2013 blijkt immers dat [belanghebbende] in dat jaar een belastbaar inkomen uit werk en woning had van € 148.393. Naar het oordeel van de rechtbank zou een onafhankelijke derde - zeker onder deze omstandigheden - wel rente hebben berekend. Nu er geen andere redenen zijn gegeven voor het feit dat er in 2013 door de BV geen rente is berekend op de lening, acht de rechtbank aannemelijk dat de BV, door aldus te handelen, [belanghebbende] in zijn hoedanigheid van aandeelhouder heeft willen bevoordelen en dat [belanghebbende] zich daarvan ook bewust is geweest, althans dat hij zich daarvan redelijkerwijs bewust had moeten zijn. Er is daarom in het onderhavige jaar sprake van een uitdeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe1799ca4f5bc8e57a6ca3adbecbba2d2d8a4acf03f10a617a7d45840e68ace5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe1799ca4f5bc8e57a6ca3adbecbba2d2d8a4acf03f10a617a7d45840e68ace5, en de alinea staat in dat document op bytes 18917 tot 19879.