Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018
Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2026.
9. Hetgeen onder 8 is overwogen leidt tevens tot het oordeel dat geen sprake is van een ambtelijk verzuim, hetgeen [de Inspecteur] zou beletten de navorderingsaanslag op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank rustte op [de Inspecteur] niet de verplichting de aangifte van [belanghebbende], die – naar niet in geschil is – een verzorgde indruk maakte, aan een nader onderzoek te onderwerpen (vgl. HR 16 april 2010, nr. 08/05088, ECLI:NL:HR:2010:BJ9082). Naar het oordeel van de rechtbank voert [de Inspecteur] terecht aan dat in dit geval de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de aangifte juist zou zijn, omdat bijvoorbeeld het niet onwaarschijnlijk was dat de waarde in het economische verkeer niet hoger was dan de verkrijgingsprijs of dat een eventueel inkomen uit aanmerkelijk belang in de aangifte van de echtgenoot zou zijn opgenomen. Onder die omstandigheden was [de Inspecteur] tot een nader onderzoek niet gehouden. Verder is de rechtbank van oordeel dat [de Inspecteur] niet verplicht was om de aangifte van de echtgenoot te raadplegen en ook niet verplicht was om het dossier van de echtgenoot bij de inspecteur belast met de heffing van de erfbelasting te raadplegen (vgl. Hoge Raad 17 februari 2017, nr. 16/01006, ECLI:NL:HR:2017:249).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5, en de alinea staat in dat document op bytes 13739 tot 15022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5 | shasum -a 256