Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018

Onder 5.3.2. Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2026.

De Inspecteur was bevoegd de navorderingsaanslag op te leggen. Uit een onderzoek van de Belastingdienst – dat heeft plaatsgevonden na het opleggen van de primitieve aanslag met als aanleiding de wijziging van de wet inkomstenbelasting 2001 (de Wet) op het punt van de fictieve vervreemdingsvoordelen uit aanmerkelijk belang in het jaar van overlijden – is hem gebleken dat in het geval van de erflater in 2010 sprake was van een algehele gemeenschap van goederen en van aandelen in een vennootschap met uitsluitend beleggingsvermogen. Deze feiten – die de Inspecteur bij het regelen van de primitieve aanslag niet bekend waren en die hem redelijkerwijs evenmin bekend hadden kunnen zijn – leveren het vermoeden op dat in de aangifte IB/PVV van de erflater mogelijk een voordeel uit aanmerkelijk belang had moeten worden verantwoord. Op grond hiervan heeft de Inspecteur de juistheid van de aangifte nader onderzocht en geconcludeerd dat de (primitieve) aanslag IB/PVV 2010 tot een te laag bedrag is vastgesteld. De zo-even, na het opleggen van de primitieve aanslag aan de Inspecteur bekend geworden, genoemde feiten zijn ‘nieuwe feiten’ in de zin van artikel 16, eerste lid, Awr.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5, en de alinea staat in dat document op bytes 18496 tot 19701.