Citaat | Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018
Onder 7.8. Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 7 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2026.
Aan het voorgaande doet, anders dan de Inspecteur betoogt, niet af hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:249, heeft beslist. Dit arrest betreft de vraag of de Inspecteur bij het regelen van de aanslag IB/PVV van een directeur/groot aandeelhouder van een besloten vennootschap voor een bepaald jaar kennis had moeten nemen van de aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) van de vennootschap over hetzelfde jaar. De Hoge Raad beantwoordt die vraag ontkennend omdat de gegevens uit het (digitale) dossier IB/PVV van de belanghebbende de inspecteur geen aanleiding behoefden te geven het (digitale) dossier Vpb van de BV te raadplegen. Zoals hiervoor is overwogen, hadden de gegevens in de aangifte van de erflater voor de Inspecteur wel aanleiding moeten zijn de aangifte IB/PVV van belanghebbende en, in samenhang daarmee, de aangifte erfbelasting ter zake van de nalatenschap van de erflater te raadplegen. Verder is nog het volgende van belang. De verhouding tussen een directeur/groot-aandeelhouder en diens vennootschap is een andere dan de verhouding tussen twee fiscale partners voor de IB/PVV. In de relatie tussen directeur/groot-aandeelhouder en BV gaat het om de heffing van twee verschillende belastingen. Regelingen als die inzake de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen tussen fiscale partners ontbreken in de relatie directeur/groot-aandeelhouder en BV. Verder waren de aangiften IB/PVV en Vpb in het geval waarop het arrest ECLI:NL:HR:2017:249 ziet, niet gelijktijdig ingediend en evenmin gelijktijdig geregeld. Tenslotte deed zich in het geval waarop het arrest ECLI:NL:HR:2017:249 ziet, niet de situatie voor waarin de directeur-grootaandeelhouder of de vennootschap was overleden, onderscheidenlijk geliquideerd, noch van een in samenhang daarmee te verwachten belast inkomens-, onderscheidenlijk winstbestanddeel. Het arrest HR ECLI:NL:HR:2017:249 brengt het Hof in het onderhavige geval dan ook niet tot een ander oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5, en de alinea staat in dat document op bytes 29562 tot 31568.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3da4d91e2a1e3b3abd3386a217d63c2b51879a1e3f02af0b2333a3284d589af5 | shasum -a 256