Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018
Alinea 33 Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:22.
9. Het hof kan zich, zoals ook de kantonrechter, verenigen met de uitgangspunten die de deskundige bij zijn schadebegroting heeft genomen en hiervoor onder 6 zijn samengevat. Deze uitgangspunten zijn in overeenstemming met het geldende recht. Voor het verkrijgen van een tegemoetkoming in de schade als gevolg van het rijskinpassingsplan stond (exclusief) de weg open van artikel 6.1 Wro. De schade waarvoor een schadeloosstelling op grond van artikel 3 juncto artikel 14 BP kan worden gevraagd, is uitdrukkelijk beperkt tot schade die een gevolg is van de aanleg en instandhouding van een werk in de zin van de BP. Voor een uitbreiding van de schade tot waardevermindering van de grond als gevolg van het rijksinpassingsplan is in het recht geen steun te vinden. Dat in de praktijk Tennet op grond van een met de Staat gesloten planschadeovereenkomst ook de planschade vergoed, is niet van belang. Nu er geen sprake is van onteigening in de zin van de Onteigeningswet is er evenmin grond de schade te begroten aan de hand van of naar analogie aan de Onteigeningswet. De Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel van de Invoeringswet Omgevingswet biedt geen steun voor een zodanige uitbreiding. Zo al de Memorie van Toelichting een voorbode zou zijn van een andere regeling van de schadevergoeding (onzeker is welke inhoud de wet na de parlementaire behandeling uiteindelijk zal hebben) vormt deze regeling een breuk met de huidige wettelijke regeling(en). In het bijzonder de in artikel 40c aanhef en sub 3° Ow vervatte regel dat, voor zover van belang, bij het begroten van (onteigenings)schade geen rekening wordt gehouden met de nadelen die voortvloeien uit de plannen voor de werken waarvoor of in verband waarmee onteigend wordt, vormt een uitzondering op het algemene beginsel van schadevergoedingsrecht dat voor het bepalen van schade alle omstandigheden in aanmerking worden genomen. Deze uitzondering (eliminatieregel) is zonder (geldende) wettelijke grondslag niet toe te passen op de regels voor schadeloosstelling onder de BP. In de rechtspraak tekent zich geen ontwikkeling af die kan worden gekenmerkt als een anticipatie op het overbruggen van deze (veronderstelde) breuk. Dat in vroegere tijd werken van openbaar nut niet in alle gevallen eerst planologisch werden verankerd, zoals door Tennet toegelicht, maar op enig moment werden aangelegd waardoor waardevermindering in die gevallen kon worden veroorzaakt door de aanleg en instandhouding van het werk en niet door een plan, brengt niet mee dat in de huidige tijd, waarin dat anders is, geen verweer zou kunnen worden gegrond op de exclusiviteit van de regeling in artikel 6.1 Wro voor de vergoeding van planschade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ecbad1288120ed0c78b39a96aa694a1b46e335083dc22ad31a698e19f5636e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ecbad1288120ed0c78b39a96aa694a1b46e335083dc22ad31a698e19f5636e3, en de alinea staat in dat document op bytes 22587 tot 25304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ecbad1288120ed0c78b39a96aa694a1b46e335083dc22ad31a698e19f5636e3 | shasum -a 256