Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018

Alinea 40 Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 januari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:22.

16. Grief 7 is gericht tegen de afwijzing wegens onvoldoende onderbouwing van de vordering tot vergoeding van kosten van deskundige bijstand en rechtsbijstand. Voor zover [appellanten] in hun thans wel gegeven onderbouwing een parallel willen trekken met het onteigeningsrecht, ontbreekt daarvoor grond. Er is immers geen sprake van onteigening. Daarop loopt ook hun verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2016 mank; dit betrof een onteigening. Bij gebreke van een specifieke regeling in de BP dient aansluiting gezocht te worden bij de regeling in artikel 6: 96 lid 2 BW. Tennet heeft gemotiveerd betwist dat [appellanten] hun schade in de zin van dat artikel voldoende hebben onderbouwd. De door [appellanten] gegeven onderbouwing bestaat uit door hen in het geding gebrachte declaraties van hun advocaat. De in deze declaraties vermelde “werkzaamheden” zijn verder niet gespecificeerd. Een dergelijke specificatie had te meer voor de hand gelegen nu in deze procedure niet de planschade aan de orde is en Tennet er, door [appellanten] onvoldoende betwist, bij pleidooi op heeft gewezen dat in de destijds tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst een afspraak over vergoeding van kosten van [appellanten] is opgenomen. Evenmin hebben [appellanten] onderbouwd welke werkzaamheden van de advocaat als buitengerechtelijk dienen te gelden. Deze grief faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ecbad1288120ed0c78b39a96aa694a1b46e335083dc22ad31a698e19f5636e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ecbad1288120ed0c78b39a96aa694a1b46e335083dc22ad31a698e19f5636e3, en de alinea staat in dat document op bytes 32913 tot 34329.