Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 september 2018

Onder 2.7 Gerechtshof Den Haag 18 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2313.

In de loop van de procedure is door Dexia erkend dat de financiële positie van [geïntimeerde] zodanig was dat sprake was van een onaanvaardbaar zware financiële last en dat zij daarom op grond van de in rov. 2.4 genoemde jurisprudentie schadevergoeding aan [geïntimeerde] verschuldigd was. De door haar verschuldigde schadevergoeding bestond volgens Dexia uit twee derde deel van de reeds betaalde maandtermijnen na verrekening van dividend en twee derde deel van de restschuld, onder meer bestaande in de contante waarde van de 41 resterende termijnen op grond van artikel 6 Bijzondere Voorwaarden, maar zij meende van haar kant nog recht te hebben op een derde van de nog niet betaalde termijnen. Die bedragen trok zij af van haar schuld aan [geïntimeerde] . Volgens haar was zij per saldo € 6.844,95 voor de eerste overeenkomst en € 5.731,82 voor de tweede overeenkomst aan [geïntimeerde] schuldig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c, en de alinea staat in dat document op bytes 14027 tot 14951.