Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 september 2018

Onder 3.2 Gerechtshof Den Haag 18 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2313.

“6. Indien (a) lessee na schriftelijke ingebrekestelling nalatig blijft met het betalen van één of meer maandtermijnen of het nakomen van enige andere verplichting uit hoofde van de overeenkomst of enige andere soortgelijke leaseovereenkomst als de onderhavige overeenkomst, of (b) lessee surséance van betaling aanvraagt of failliet wordt verklaard, is de Bank (Dexia, toevoeging hof) gerechtigd de overeenkomst en alle andere soortgelijke leaseovereenkomsten terstond te beëindigen en het onbetaalde restant van de totaal overeengekomen leasesom(-men) uit hoofde van alle lopende leaseovereenkomsten soortgelijk als de onderhavige overeenkomst in zijn geheel op te eisen en de waarden te verkopen op een door de Bank te bepalen moment ter beurze of anderszins. De Bank zal de opbrengst van die verkoop in mindering brengen op datgene wat lessee haar verschuldigd is. Een eventueel batig saldo zal alsdan door de Bank aan lessee worden uitbetaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c, en de alinea staat in dat document op bytes 17240 tot 18219.