Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 september 2018
Onder 3.9.1 Gerechtshof Den Haag 18 september 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2313.
Het antwoord op de eerste vraag luidt dus bevestigend. Dat betekent dat de rechter gehouden is het beding van art. 6 Bijzondere voorwaarden op grond van art. 6:233 BW te vernietigen voor zover dit betrekking heeft op de rentetermijnen die ten tijde van de beëindiging op grond van die bepaling nog toekomstig waren. Op die rentetermijnen kan dus niet op grond van art. 6 Bijzondere voorwaarden aanspraak worden gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c, en de alinea staat in dat document op bytes 33684 tot 34179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d68913787e7059048b7ec0fafb92b07c51a96b58f336501c4dee35f3ed74b66c | shasum -a 256