Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018
Onder 9.11 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.
De Bank heeft na de gerichte klacht van ISG over het niet melden van de beëindiging van de bankrelatie met COB (bij brief van 11 augustus 1998) niet gesteld dat en toegelicht waarom een dergelijke melding niet was toegestaan of in redelijkheid niet van haar kon worden verlangd. Indien de Syndicate Account ISG toen geen saldo vertoonde is dat geen voldoende excuus, te minder nu - op het moment waarop de relatie met COB op 11 augustus 1998 werd beëindigd - er volgens opgave van de Bank (memorie van antwoord na verwijzing, nr. 134) nog wel een van ISG afkomstig bedrag van USD 2.000.000,- op de hoofdrekening stond. De conclusie moet dan ook zijn dat De Bank binnen bekwame tijd na de opheffing van de rekening van COB en de subrekeningen van die opheffingen aan ISG en Danstruplund melding had moeten maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 48660 tot 49486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818 | shasum -a 256