Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Onder 10.3 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.

Wat betreft Danstruplund wordt de vraag ontkennend beantwoord. Uit de door de Bank geciteerde brief van 18 februari 1999, waarin meerdere tekortkomingen c.q. niet waargemaakte verwachtingen worden genoemd, blijkt dat aan de directeur van Danstruplund, [directeur Danstruplund] , was gezegd dat hij bedrogen was en dat het geld was gebruikt om anderen te betalen, maar dat hij ervoor had gekozen om dat alles niet te geloven omdat hij de bestuurder van COB, [bestuurder COB] , als zijn vriend beschouwde en hem vertrouwde en al zijn verklaringen had aanvaard, zelfs die over documenten die uit een vliegtuig waren gevallen. Tegen die achtergrond moet het ervoor worden gehouden dat een veel minder belastende, neutraal verwoorde mededeling (in augustus 1998) dat de Bank de rekeningen had opgeheven er niet toe zou hebben geleid dat Danstruplund haar investering zou hebben beëindigd. De betwisting hiervan door ISG is onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 51132 tot 52090.