Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Onder 11.1 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.

De Bank betwist ook de hoogte van de schade. Zij voerde in de eerste aanleg aan dat ISG volgens haar eigen stellingen in plaats van de investering van USD 4.000.000,- in oktober 1998 een ‘promissory note’ van USD 9.000.000,- van COB had ontvangen. ISG heeft daartegen ingebracht dat dit slechts een betalingsbelofte is, maar dat daarop nooit betaling heeft plaatsgevonden. De Bank heeft daarop niet gereageerd. Aangezien de belofte om te betalen afkomstig was van COB is de verklaring van ISG aannemelijk zodat aan dit verweer van de Bank - en daarmee ook aan het hiermee samenhangende, door ISG eveneens gemotiveerd betwiste en door de Bank evenmin voldoende onderbouwde, verweer dat (uitdrukkelijk) afstand zou zijn gedaan van het vorderingsrecht jegens COB - wordt voorbijgegaan. Bij pleidooi heeft zij daarnaast nog gesteld dat ISG geen USD 4 miljoen schadevergoeding kan vorderen omdat niet zij, maar [naam bedrijf] BV een deel van de inleg op de subrekening heeft gestort, althans een bedrag van USD 1.000.000,-, maar daartegen heeft ISG terecht bezwaar gemaakt, omdat dit nieuwe feit veel te laat is aangevoerd. Daarom wordt daaraan voorbijgegaan. Overigens zou dit nieuwe feit, indien al juist, niet tot een andere schadevergoedingsverplichting leiden dan waarop hierna wordt uitgekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 54674 tot 55989.