Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.

De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van de Bank op verjaring gehonoreerd. Zij is ervan uitgegaan dat de vijfjarige verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW is gaan lopen op 7 september 1999. De brief van de Amerikaanse advocaat van ISG, [de Amerikaanse advocaat van ISG] , gericht aan de advocaat van de Bank van 8 augustus 2003 (hierna ook: de Brief) bevat volgens de rechtbank geen mededeling waarin ondubbelzinnig het recht op nakoming is voorbehouden en bevat geen voldoende duidelijke schriftelijke waarschuwing aan de schuldenaar dat deze ook na het verstrijken van de verjaringstermijn ermee rekening moet houden dat hij de beschikking heeft over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog ingestelde rechtsvordering behoorlijk kan verweren. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de in mei 2004 in de Verenigde Staten aangevangen procedure de verjaring van de vordering heeft gestuit. Het Supreme Court van de staat New York heeft in zijn uitspraak van 1 februari 2007 de vordering van ISG afgewezen. Op grond van art. 3:316 lid 2 BW diende vervolgens binnen zes maanden een nieuwe eis te worden ingesteld. ISG heeft de procedure in Nederland pas op 13 augustus 2007 aanhangig gemaakt. De vordering was toen al verjaard. Datzelfde gold volgens de rechtbank voor de vordering van Danstruplund.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 8049 tot 9413.