Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Onder 2.3 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.

ISG heeft hoger beroep ingesteld en grieven gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de vordering is verjaard. Het gerechtshof Amsterdam heeft allereerst grief 2 verworpen waarin wordt betoogd dat de Bank afstand heeft gedaan van ieder beroep op verjaring. Vervolgens wordt in de rov. 3.9 tot en met 3.20 grief 1 beoordeeld en verworpen. Die grief ziet op de vraag of de Brief van [de Amerikaanse advocaat van ISG] stuitende werking heeft gehad. In rov. 3.14 oordeelt het hof dat het in de Brief geen mededeling leest waarin ondubbelzinnig het recht op nakoming is voorbehouden. In rov. 3.15 en 3.16 verwerpt het hof het beroep van ISG op een gesprek rond 29 september 2003 naar aanleiding van de Brief en een brief van 7 oktober 2003 van de Bank. Het hof oordeelt dat de Brief van 8 augustus 2003 niet kan worden ingekleurd en aangevuld aan de hand van een daarna plaatsgevonden bespreking en gedane uitlatingen. In rov. 3.22 wordt overwogen dat grief 3, die betrekking heeft op de positie van Danstruplund, op dezelfde gronden als de grieven 1 en 2 vergeefs is voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 9492 tot 10588.