Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018
Onder 2.4 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.
ISG heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam. Het cassatiemiddel keert zich tegen het in de rov. 3.14 tot en met 3.16 gegeven oordeel van het hof dat de Brief van 8 augustus 2003 van de Amerikaanse advocaat van ISG geen schriftelijke stuiting inhoudt zoals bedoeld in art. 3:317 lid 1 BW. Een restklacht is gericht tegen de op de klacht voortbouwende rov. 3.19 tot en met 3.25 die (en tegen het dictum dat) bij het slagen van de eerste klacht evenmin stand kunnen houden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat onbegrijpelijk is dat de Brief volgens het hof niet een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar inhoudt in de hiervoor onder 2.2 bedoelde zin en dat de daarop gerichte klachten van het middel slagen. De Hoge Raad heeft verder beslist dat de overige klachten geen behandeling behoeven, maar dat nog wel opmerking verdient dat ook omstandigheden die hebben plaatsgevonden nadat een rechtshandeling is verricht, medebepalend kunnen zijn voor de uitleg daarvan. Het arrest van het hof Amsterdam is vernietigd en het geding is naar dit hof verwezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 10667 tot 11767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818 | shasum -a 256