Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018
Onder 7.1 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verjaring van de vordering op 7 september 1999 is gaan lopen. Op dat moment diende ISG een klacht in bij de Belgische justitie tegen onder anderen [vice-president COB] , de vice-president Europese zaken van de Corporation of the Bankhouse Inc. (COB), waarin ISG en Danstruplund hadden geïnvesteerd. De Bank heeft van haar kant in haar conclusie van antwoord aangevoerd dat het moment waarop de verjaring ging lopen op ‘uiterlijk’ september 1998 moet worden gesteld. In beide gevallen is de verjaring tijdig gestuit als de Brief van 8 augustus 2003 als stuitingshandeling moet worden aangemerkt. De Bank voert met recht aan dat de Hoge Raad weliswaar (negatief) het oordeel van het hof Amsterdam, dat de Brief geen stuitingshandeling behelsde, onbegrijpelijk heeft genoemd, maar niet (positief) heeft geoordeeld dat de Brief als stuitingshandeling heeft te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 23886 tot 24805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818 | shasum -a 256