Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Onder 8.6 Gerechtshof Den Haag 25 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2417.

De formulering van de aanvangszin en de zinsnede waarin de aansprakelijkheid van de Bank wordt genoemd wijzen derhalve in verschillende richting. Daarnaast moet voor de uitleg van de Brief worden gelet op de omstandigheden van het geval waarbij volgens het verwijzingsarrest van de Hoge Raad ook omstandigheden in aanmerking kunnen worden genomen die hebben plaatsgevonden nadat een rechtshandeling is verricht. ISG beroept zich onder andere op de inhoud van een gesprek dat naar aanleiding van de Brief rond 29 september 2003 heeft plaatsgevonden. Op haar rusten de stelplicht en de bewijslast dat de verjaring van de door haar overgenomen vordering van Danstruplund door de Brief is gestuit. Zij zou daarom moeten worden toegelaten tot het bewijs van omstandigheden die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de Brief kon gelden als stuiting van de verjaring van de vordering (ook) van Danstruplund en zo ook is opgevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07718b6086795c0b83a7fb64b00a6416d9e10250c6d512861176ea3a9a28a818, en de alinea staat in dat document op bytes 36567 tot 37505.