Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Alinea 43 Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2633.

13. Het hof stelt voorop dat [geïntimeerde] voor een geslaagd beroep opverkrijgende verjaring uit hoofde van artikel 3:105 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zal moeten stellen (en zo nodig bewijzen) dat hij en/of zijn rechtsvoorgangers, de betwiste strook grond gedurende 20 jaar in bezit heeft/hebben gehad. Men neemt een goed in bezit door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen (artikel 3:113 BW). Het hof zal eerst onderzoeken of voldoende vast is komen te staan dat de achtermuur van de schuur staat op de plaats waar vóór 2001 de schutting heeft gestaan. Als dat niet het geval is en [geïntimeerde] de achtermuur van de schuur niet op de plek van de oorspronkelijke schutting heeft geplaatst, zoals [appellanten] aanvoert, kan van verkrijgende verjaring immers hoe dan ook geen sprake zijn. De vraag of [geïntimeerde] en/of zijn rechtsvoorgangers gedurende 20 jaar de feitelijke macht over de strook grond hebben uitgeoefend, komt daarna, bij de bespreking van grief 3, aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78, en de alinea staat in dat document op bytes 16234 tot 17248.