Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Alinea 52 Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2633.

22. Met zijn derde grief komt [appellanten] op tegen het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van de betwiste strook grond. Tegen dat oordeel voert [appellanten] het volgende aan. Het enkele gebruik van de betwiste strook grond door [geïntimeerde] en zijn rechtsvoorgangers is onvoldoende voor verkrijgende verjaring. Dat gebruik werd gedoogd door [de toenmalige eigenares van perceel 1] , die zelf de schutting vóór de erfgrens had geplaatst, zonder dat zij de eigendom van de strook grond heeft prijsgegeven. Uit dat gebruik was dan ook voor [de toenmalige eigenares van perceel 1] niet kenbaar dat [geïntimeerde] en zijn rechtsvoorgangers de strook grond in bezit hadden genomen. Pas toen [geïntimeerde] de schuur heeft gebouwd in 2001, vond een feitelijke machtsuitoefening plaats die gericht was op inbezitneming. De termijn van 20 jaar voor verkrijgende verjaring is dus nog niet verstreken, aldus [appellanten]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78, en de alinea staat in dat document op bytes 27349 tot 28341.