Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Alinea 53 Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2633.

23. Artikel 3:107 BW omschrijft bezit als het houden van een goed voor zichzelf. Daaronder wordt verstaan het uitoefenen van de feitelijke macht over een goed met de pretentie rechthebbende te zijn. Artikel 3:108 BW bepaalt dat de vraag of iemand een goed voor zichzelf houdt, wordt beoordeeld naar verkeersopvattingen, met inachtneming van de regels die in de op artikel 3:108 BW volgende artikelen worden gegeven en overigens op grond van uiterlijke feiten. De (niet naar buiten blijkende) interne wil om als rechthebbende op te treden, is voor het zijn van bezitter niet van belang. Het komt aan op uiterlijke omstandigheden waaruit naar verkeersopvattingen een wilsuiting kan worden afgeleid om als rechthebbende op te treden. De bezitter zal zich zo moeten gedragen dat de eigenaar tegen wie de verjaring loopt daaruit niet anders kan afleiden dan dat de bezitter pretendeert eigenaar te zijn. Zo is verzekerd dat van verjaring pas sprake kan zijn indien de werkelijke rechthebbende gedurende lange tijd nalaat maatregelen te nemen teneinde de inbreuk op zijn recht te beëindigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78, en de alinea staat in dat document op bytes 28361 tot 29460.