Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Alinea 56 Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2633.

26. Door het exclusieve gebruik van de grond door [geïntimeerde] en zijn rechtsvoorgangers in combinatie met de aanwezigheid van een erfafscheiding, moet voor [de toenmalige eigenares van perceel 1] kenbaar zijn geweest dat [geïntimeerde] en zijn rechtsvoorgangers de feitelijke macht over de strook grond uitoefenden mèt de pretentie eigenaar te zijn. Het feit dat de schutting door [de toenmalige eigenares van perceel 1] zelf is gebouwd maakt dat niet anders. De stelling van [appellanten] dat [de toenmalige eigenares van perceel 1] het gebruik van de strook grond door [geïntimeerde] en zijn rechtsvoorgangers slechts heeft gedoogd zonder de eigendom ervan prijs te geven, heeft [appellanten] niet onderbouwd. In het bijzonder heeft [appellanten] geen enkele omstandigheid genoemd die erop wijst dat [de toenmalige eigenares van perceel 1] haar eigendomsrechten zeker heeft gesteld nadat de schutting is geplaatst en [geïntimeerde] en zijn rechtsvoorgangers exclusief gebruik van de strook grond zijn gaan maken, integendeel, uit het verzoek van [de toenmalige eigenares van perceel 1] om de schutting op precies dezelfde plek terug te plaatsen, kan worden afgeleid dat ook [de toenmalige eigenares van perceel 1] deze schutting als erfgrens beschouwde (zie rov. 4 van dit arrest onder c)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67016dbef186eac2511487d064f7134b63acf1d832fe8f65de7013138e8a8e78, en de alinea staat in dat document op bytes 31443 tot 32759.