Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018

Alinea 26 Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3963.

4. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis de conventionele vordering van [appellante] afgewezen, met veroordeling van [appellante] in de kosten. Zij overwoog dat Staedion contractueel niet verplicht was om (zonder meer) opdracht te geven aan [appellante] tot de bouw van 240 woningen, zodat van een tekortkoming in de nakoming van die gestelde verplichting geen sprake is geweest. Daarbij overwoog de rechtbank ten overvloede dat er goede gronden zijn om aan te nemen dat Staedion een verplichting tot het in onderhandeling treden over de bouw van 240 woningen op zich heeft genomen, aan welke verplichting Staedion zich niet heeft gehouden, maar dat de vordering van [appellante] niet op deze verplichting is gericht. In reconventie heeft de rechtbank verstaan dat over de gevorderde hoofdsom niet behoeft te worden beslist nu [appellante] tijdens de procedure het openstaande saldo aan Staedion heeft betaald, en heeft zij Staedion veroordeeld in de kosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426, en de alinea staat in dat document op bytes 7843 tot 8820.