Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018
Alinea 47 Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3963.
11. Ingevolge art. 6:248 lid 1 BW brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van een overeenkomst als de onderhavige mee dat een partij niet is gehouden verder te onderhandelen over de beoogde overeenkomst indien zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan die het afbreken daarvan rechtvaardigen. Vgl. in de niet-contractuele context van het afbreken van onderhandelingen in de precontractuele fase HR 14 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2105 (De Ruijterij/MBO-Ruiters).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426, en de alinea staat in dat document op bytes 17287 tot 17848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426 | shasum -a 256