Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018
Alinea 59 Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3963.
21. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat [appellante] er, zoals zij stelt, gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de opdracht voor de 240 woningen tot stand zou komen, kunnen haar subsidiaire vordering niet worden toegewezen. De hiervoor in 12 e.v. genoemde, door [appellante] niet (voldoende gemotiveerd) betwiste onvoorziene omstandigheden, waar Staedion zich op heeft beroepen, brengen naar het oordeel van het hof mee dat het afbreken van de onderhandelingen niet onaanvaardbaar was. Staedion heeft dus niet onrechtmatig gehandeld jegens [appellante] . Daar komt bij dat niet kan worden gezegd dat Staedion in belangrijke mate tot het ontstaan van het door [appellante] gestelde vertrouwen heeft bijgedragen, nu [appellante] zelf (onbetwist) stelt dat Staedion vanaf 2007/2008 steeds minder enthousiast werd voor het project.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426, en de alinea staat in dat document op bytes 23827 tot 24677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426 | shasum -a 256